Voorbeelden van het gebruik van Dat was vast in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dat was vast een herhaling.
Dat was vast heel leuk.
Dat was vast moeilijk.
Dat was vast met Christian of zo.
Dat was vast van de persoon in de auto die je achtervolgde.
Dat was vast die oversture dame uit de hal.
Dat was vast geweldig.
Dat was vast een grappige toespeling.
Dat was vast heel moeilijk voor u.
Dat was vast gek.
Dat was vast een genot.
Dat was vast een moeilijk gesprek.
Dat was vast vreselijk.
Dat was vast moeilijk voor haar.
Dat was vast vernederend.
Dat was vast een gelukkig huishouden deze week.
En dat was vast niet Billy.
Dat was vast heel gevat,
Dat was vast interessant.
Dat was vast moeilijk voor haar.