Voorbeelden van het gebruik van Ga bellen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Wie ga je bellen?
Ik ga Sam bellen.
Ik zou nog bellen om te zeggen dat ik niet ga bellen'?
Ik ga hem bellen en vertellen dat ik alles terugdraai.
Zodra ik vrijkom, ga ik bellen.
Ga bellen met de verpleegster, vraag haar of ze komt.
Vermoord hem niet, want ik ga bellen.
Ik ga Morrison bellen.
Ik ga meteen bellen. Fijn.
Ik denk dat ik mijn advocaat ga bellen.
Wat als ik de politie ga bellen?
Stop, ik ga iemand bellen.
Ik haal de dossiers en ik ga hem bellen.
Ik ga hem bellen morgenochtend.
Wie ga je bellen?
Ik ga bellen.
Ik ga bellen de politie omdat hij een.
Ga iedereen bellen.
Ik ga bellen.
Ik ga bellen.