Voorbeelden van het gebruik van Hebben gebeld in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik zou, zodra hij weg was, de politie hebben gebeld.
Jullie zijn niet de agenten die we hebben gebeld.
Zijn jullie de rechercheurs die hebben gebeld?
Ze hebben net gebeld en me een baan aangeboden.
Jullie hebben gebeld.
Ze hebben net gebeld.
We hebben gebeld, maar niemand deed open.
We hebben gebeld.
Ze hebben net gebeld. Dat gaat niet gebeuren.
Ze hebben net gebeld en ik heb de baan.
En ze hebben mij gebeld op mijn vrije avond.
Ze hebben net gebeld vanuit de ziekenzaal.
Ontvoerders hebben gebeld.
Die hebben gebeld en geklaagd.
Kitty. We hebben gebeld.
De Samoanen hebben gebeld.
Je zou kunnen hebben gebeld.
De Zweden hebben gebeld.
Waarom neem je jou telefoon niet op, we hebben gebeld.
Ze moet mij per ongeluk hebben gebeld.