Voorbeelden van het gebruik van Moet hebben in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik hoor 't wel als u iets moet hebben.
Ik moet bier hebben.
Ik moet geld hebben.
Weet je wat je moet hebben?
Ik moet antibiotica hebben.
U weet vast wel dat u voor dat soort dingen een dwangbevel moet hebben.
Ik moet Oprah hebben.
Piloot, vertel Moya dat ze geduld moet hebben.
Ik moet bewijs hebben.
Dr. Weaver zegt dat hij misschien een bloedtransfusie moet hebben.
Ik moet geld hebben.
Ik weet al wat u moet hebben.
Ik moet suiker hebben.
Ik moet je hebben.
Ik moet vier hebben.
Nee, ik heb wat ik moet hebben.
Ik weet wat ik moet hebben.
Kun je tegen Keith zeggen dat ik hem moet hebben?
Omdat ik het vereffend moet hebben, Francois.