Voorbeelden van het gebruik van Het hebben in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Je moet het hebben verward met.
We moeten het hebben over wat ik in die kamer zag.
Ik moet het hebben laten vallen
Zou jij het anders hebben gedaan?
Je moet het hebben, onder je matras of in een sok.
Hij kan het hebben gedaan.
Je mag het niet hebben!
Je moet het hebben gevoeld, ik weet het niet… geïnspireerd.
Ik zou het aangenomen hebben, als er kabeltv was.
Ik kan het hebben gedaan zonder de deal,
Je moet het gezien hebben voordat Jack je bekeerde.
Een idioot moet het hebben laten vallen.
Jij kunt het heden hebben, maar ik heb de toekomst.
Ik moet het om hebben naar mijn werk.
Voor je het weet hebben jullie kroeshaar en een grote lul en zo.
Cassandra kan het niet hebben gedaan.
Je kunt het hebben als je dat wil.
Kun je het gedaan hebben, stoere man?
Ik wou het weg hebben voor de autoriteiten hier toekwamen.
Wie kan het anders hebben gedaan?