Voorbeelden van het gebruik van Het zit in in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Het zit in hem.
Het zit in mijn achterzak.
Het zit in je.
Het zit in een groot gedeelte van zijn ruggengraat.
Het zit overal in.
Het zit in m'n hoofd.
Het zit in mij!
Het zit in m'n andere zak.
Het zit in Boston.
Het zit in de naam.
Het zit in het water.
De vloek, het zit in de bloedlijn.
Het zit in een kistje naast haar bed.
Het zit in het gebouw!
Het zit in een documentaire.
Het zit in je.
Het zit in m'n bloed.
Het zit in haar nu.
Het zit er in. Adem geluiden?
Het zit in deze doos begraven onder.
