Voorbeelden van het gebruik van Traag in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Giet heel traag het gekleurde water in het glas met het gezouten water.
Hij is wat traag, maar hij wordt wel wakker.
Te traag bij hoeken.
Traag, vlug, vlug.
Het wordt traag en pijnlijk.
Ik denk dat je een beetje traag was.
Ik ben arm en traag.
Misschien heeft ze het te snel of te traag opgedronken.
Jullie zijn traag.
Wat zijn jullie traag.
Ja, zijn reacties zijn zeer traag op dit moment.
haar pupillen zijn traag.
Ik zou durven denken dat het iets traag werkend was.
Op Sri Lanka was de vooruitgang traag.
De procedures daarvoor zijn traag en omslachtig.
Het vrouwelijke bloed is erg traag.
Mijn bloed is zeker niet traag.
Ze beweegt zich traag omdat.
Hij is wat traag.
Het is te traag.