Voorbeelden van het gebruik van Ik haatte in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Papa dacht dat ik hem haatte toen hij stierf.
Ik haatte hoe hij dat deed, dat is alles.
Ja ik haatte dat blok sinds die spleten.
Zij zegt:„ik haatte hem.
Ik haatte het woord depressie.
Ik haatte… elke lepel die elke verpleger me gaf.
Ik haatte sigaretten tot ik een bordje" Niet roken" zag.
Ik haatte mezelf.
Ik haatte zowel de Russen als de Duitsers om wat zij gedaan hadden.
Ik haatte mezelf voor wat ik m'n gezin had aangedaan.
En ik haatte haar toen ze me achterliet.
Ik haatte mijzelf, man.
Ik haatte om te doen wat ik je aandeed.
Ik haatte Harold Latimer.
Ik haatte haar, maar ik heb haar niet vermoord.
Ik haatte hen toen zij Scott Dworkin,
Ik haatte mijn vader, ik verafschuwde hem.
Ik haatte altijd Price.

