Voorbeelden van het gebruik van Wil het in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
En je wil het met blote ogen zien.
Ik wil het veilig houden.
Je wil het niet.
Ik wil het hard en ruig.
Maar je wil het wel.
Ik wil het je gewoon horen zeggen, denk ik.
Okay, Je wil het?
Ik weet waar ik het over heb, je wil het alleen niet horen.
Je hebt het geld gezien en je wil het.
Niet van harte. Maar ik wil het wel voor je doen.
We zijn al 23 jaar bij elkaar, en je wil het me niet--.
Kom op. Jij wil het ook.
Maar je kunt ook heel vroeg beginnen, wil het gewoon.
Ze wil het niet.
M'n vader wil het wel graag, maar nee.
Iedereen wil het.
Birgitte wil het niet.
En trouwens, wie wil het nou niet met Ty Huntley doen?
Dus, wil het nog steeds reizen naar Boekarest?
Iedereen hier wil het alleen maar hebben over zeilen.