Voorbeelden van het gebruik van Ze heeft gelijk in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ze heeft gelijk.
Ze heeft gelijk.
Ze heeft gelijk over voorbereid te zijn.
Ze heeft gelijk om bang te zijn.
Ze heeft gelijk.
Ze heeft gelijk.
Genoeg. Ze heeft gelijk. Dat is voor een jury om te beslissen.
Ze heeft gelijk, dit is ongepast.
Ze heeft gelijk.
Ze heeft gelijk, weet je?
Ze heeft gelijk, ik heb hem meer nodig
Ze heeft gelijk.
Ze heeft gelijk, weet je dat?
Ze heeft gelijk Riba. Het regent.
Ze heeft gelijk. Het licht deed mij niks.
En ze heeft gelijk, God zegene haar.
Ze heeft gelijk. Er zijn teveel doelwitten er is niet genoeg tijd.
Nee, nee, ze heeft gelijk, de fout zat bij mij.
Maar, Maxwell, ze heeft gelijk. We moeten hier snel weg.
Ze heeft gelijk.