Voorbeelden van het gebruik van Zijn het in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dan zijn het gewoon wij twee en dan kunnen we zoveel praten
God, nu zijn het jullie beiden?
In kosmische termen zijn het nog niet eens kleuters!
Vandaag zijn het ik en m'n broer.
Of jij werpt, of wij zijn het die het eerst werpen.".
Mijn broer en ik zijn het hier mee eens.
Officieel zijn het geen echte wapens.
Volgens mijn vader zijn het maar verhalen.
Niet langer kan je primaire focus gericht zijn op het kleine zelf alleen.
De mensen die de wet hebben gemaakt, zijn het ook niet.
Max, er komt een serveerster aan en wij zijn het niet.
Ik denk dat de regionale agentschappen een goed middel zijn om het beoogde doel te bereiken.
Na een week, zijn het er 2500.
We denken er allemaal hetzelfde over. We zijn het eens over dit besluit.
Volgens de vroedvrouw zijn het voorweeën.
dan zijn het deze maanden.
Jij gaat met mij mee. Dan zijn het alleen jij en ik.
Een kat heeft 7 levens of zijn het er 9?
De eerste paar nachten zijn het ergst?
De meeste dingen zijn het, niet?