VA A VIVIR - vertaling in Nederlands

zal leven
vivir
vida
vivos
wonen
vivir
asistir
vida
habitar
residir
en vivo
residencia
morar
residentes
gaat samenwonen
vivir juntos
vamos a vivir juntos
mudarnos juntos
vamos a mudar juntos
mudar
estar juntos
gaat om te leven
te leven heeft
de vida
vivir
woont
vivir
asistir
vida
habitar
residir
en vivo
residencia
morar
residentes
zult leven
vivir
vida
vivos
zullen leven
vivir
vida
vivos
zal overleven
sobrevivir

Voorbeelden van het gebruik van Va a vivir in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Bueno, va a vivir otras veinticuatro horas más o menos.
Hij leeft nog wel een uurtje of 24.
Y este niño va a vivir en Colorado, así que.
En dit kind leeft in Colorado dus.
Va a vivir y estudiar junto con su equipo.
U zult wonen en studeren samen met uw team.
Su cuerpo va a vivir, pero su mente se irá..
Zijn lichaam zal voortleven, maar zijn geest is verdwenen.
Usted va a vivir o a trabajar fuera de Holanda;
U buiten Nederland gaat wonen of werken;
Ningún pueblo va a vivir con el temor de la guerra otra vez.
Geen mens zal nog in angst of oorlog hoeven leven.
Va a vivir al lado de los principales lugares de interés de San Petersburgo.
U zult wonen naast de deur naar de belangrijkste bezienswaardigheden van Sint-Petersburg.
Va a vivir en el centro de Minsk!
Je woont in het centrum van Minsk!
¿Va a vivir solo en esa casa de dos
Gaat u alleen wonen in dat nieuwe twee-
Tu amigo… ¿va a vivir?
Je vriend, blijft hij leven?
las bandas de traficantes decidan quién va a vivir en Europa.
smokkelaars beslissen wie er in Europa gaat wonen.
Andrew acaba de decirme que se va a vivir con sus abuelos.
Andrew heeft net verteld dat hij bij zijn grootouders gaat wonen.
Yo no soy quien va a vivir contigo.-¿Sabes qué?
Ik ben niet degene die met jou moet leven.
Está dolorido, pero va a vivir.
Hij heeft pijn, maar hij leeft.
Ni siquiera sabemos en qué estado va a vivir.
We weten zelfs niet in welke staat hij gaat wonen.
Las buenas noticias son que va a vivir.
Het goede nieuws is dat je zult leven.
Aquí es donde va a vivir.
Dit is waar je zullen wonen.
pero¿va a vivir libre?
sterft vrij, maar zul je vrij leven?
Aquí va a vivir una experiencia única en el corazón de la Toscana….
Hier vindt u een unieke ervaring in het hart van Toscane leven….
En general buscando dónde va a vivir.
Maar in het algemeen, afhankelijk van waar ze zal leven.
Uitslagen: 180, Tijd: 0.0629

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands