Voorbeelden van het gebruik van Liep weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Buddy liep weg.
Ze liep weg.
Hij liep weg, en mompelde iets over een raam.
Ze liep weg, doc.
Dus ik begroef haar en liep weg.
Jij liep weg.
De kinderen zijn volwassen… Ik liep weg en verhuisde naar São Paulo.
M'n vader liep weg toen ik zes was.
Haar ma liep weg, haar pa dronk.
Julia liep weg.
Hij pakte m'n geweer en liep weg.
Ze gooide de boeken om en liep weg.
Hoezo?- Ze liep weg, Doc.
Je liep weg.
Ik liep weg.
Ze liep weg en sprak sedertdien niet meer met hen.
Ze liep weg toen ik brokjes ging geven.
M'n vader liep weg toen ik zes was.
Hij liep weg.
Ze staarde me aan en liep weg.