Voorbeelden van het gebruik van Zei gewoon in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En je zei gewoon, Tuurlijk.
Hij zei gewoon.
Ik zei gewoon dat je over veel dingen gelijk had.
Ik zei gewoon dat ik.
En hij zei gewoon oke.
Niks hij zei gewoon hoeveel hij van deze opstelling hield.
Hij zei gewoon dat hij onze ontslag aanvaard.
Nee, hij zei gewoon:'Dag-dag.' En liep weg
Gerda zei gewoon dat ik naar jou moest luisteren.
Iedereen zei Gewoon Ray, maar Val noemde hem Ray Jingles.
Hij zei gewoon wat alle goede bedriegers zeggen
Ik zei gewoon dat je honger had.
Ze meende het niet, ze zei gewoon dat je er gezond uitzag.
En zodra ik zei gewoon‘ Jim….
Je zei gewoon wat je dacht.
Nee, ze zei gewoon dat ze je geneukt had.
Ik zei gewoon wat ze wilden horen.
Hij zei gewoon: Kleintje,
Ik zei gewoon wat er gebeurd was.
Ik zei gewoon dat je een ezel bent.
