Voorbeelden van het gebruik van God gaf in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
God gaf de profeet Jeremia een openbaring over “Jehova Tsidkenu”(vertaald: de HEER onze gerechtigheid) in een crisistijd gelijk aan degene die we vandaag de dag doormaken.
God gaf de mens die dorst om Hem te aanbidden,
God gaf Zijn Zoon, de Zoon gaf Zijn leven
God gaf Ezechiël de oplossing, nadat Hij de profeet verteld had dat Hij vleselijke mensen zou antwoorden naar hun hartafgoderij.
De wetten van Noach bepalen de weg die God gaf aan de niet-Joodse mensen van de wereld.
God gaf de eerste mens,
Jehovah God gaf dit te kennen toen hij zijn profeet Ezechiël ertoe inspireerde tot Zedekia,
God gaf Zijn Geest aan David op een jonge leeftijd
De koninklijke macht alleen, degene die God gaf aan David, is capabel om de regering van de volkeren te besturen.
God gaf de uitverkorenen aan Christus
God gaf Zijn volk Israël burgerlijke inzettingen
God gaf de mens een begin in een paradijs van geneugte,
Zij baden voor een krijgsman, God gaf hun een baby, een Redder.
God gaf de mens vrijheid
En van toen aan begeerden zij een koning; en God gaf hun Saul, den zoon van Kis,
God gaf Abraham zijn zoon
God gaf de mensnen het opofferingssysteem en gaf het huis
God gaf dit huis aan Abraham,
God gaf de Israëlieten een eigen thuisland
God gaf Abraham de belofte