Voorbeelden van het gebruik van Hoort het in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij hoort het roepen van zijn kinderen.
Hoort het zo papperig te zijn?
U hoort het wanneer we hem kunnen wekken.
zo hoort het.
Je hoort het de hele tijd in de media.
Wanneer je op dit beeld klikt, hoort het automatisch in te zoomen.
Hoe hoort het te zijn, een horsie?
Geluid: Mijn gesprekspartner hoort het niet.
en zo hoort het ook.
Je hoort het.
De familie hoort het ook liever van ons dan het in de krant te lezen.
Als iets vrij kan zijn, hoort het vrij te zijn.
Meer niet. Zo hoort het te zijn.
En wat Het uitspreekt, dat hoort Het;
Misschien hoort het niet bij het plaats delict.
Een vrouw hoort het altijd graag.
Ja, je hoort het goed, elke dag!
want zo hoort het.
Misschien hoort het bij de opvoering?
Ja, Babs, je hoort het goed.