Voorbeelden van het gebruik van Toch wel in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Toch wel, meneer.
Je realiseert je toch wel dat dit betekent dat je moet studeren.
Ze komt toch wel terug?
Oh, toch wel.
Wacht, wacht, dit blijft toch wel tussen ons?
Je bent toch wel jij?
We gaan toch wel ingrijpen?
Dit is toch wel legaal?
Ik zie je daar toch wel.
Oké, misschien nu toch wel.
Dokter, u hebt Mrs Phelps toch wel gebeld?
Oh ja, vreselijk. Toch wel lekker. Ja.
Of misschien toch wel.
Ik ben toch wel ziek?
Toch wel, want" Dobbs" is een alias.
U heeft toch wel geld?
Ik ben toch wel wakker?
Als ze willen, vinden je ze toch wel.
Oh, toch wel.
Over een zaak heb je toch wel gelijk.