Voorbeelden van het gebruik van Verteld hebben in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij moet zijn echte naam aan jou verteld hebben.
Wel, zeg dan dat wij het jou verteld hebben.
Maar dat zegt alleen wat zij ons verteld hebben dat er is gebeurd.
Ik geloof niet dat ze dat verteld hebben.
Weet je nog wat papa en ik je verteld hebben over spoken?
Je kleine Godin, moet je meer verteld hebben.
Zeker niet. Propaganda versterkt alleen wat die persoon verteld wil hebben.
Er zijn waarschijnlijk wel meer dingen die we elkaar niet verteld hebben.
Simon, wat we elkaar zojuist verteld hebben, het is serieus.
Dat is wat we hem verteld hebben.
Hij moet het Charlie verteld hebben toen hij nog bij bewustzijn was.
Hoe vaak moet je, jezelf verteld hebben, dat je bijzonder bent?
David moet je verteld hebben dat hij mij nodig heeft om zijn broer te redden.
Sahaja, zoals hij je zal verteld hebben, betekent ‘met je geboren'.
Dan moet iemand de waarheid over mij verteld hebben.
Als ze zich zorgen maakte over haar veiligheid zou ze me dat verteld hebben.
Dan zou ze me dat verteld hebben.
En ik zou het u moeten verteld hebben.
Felix moet haar iets verteld hebben.
Ruspanti moet ze iets verteld hebben.