Voorbeelden van het gebruik van Bang in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Big Bang Burger wordt een vast begrip.
Ik was bang, dat is alles.
Ik was bang dat je je schuldig voelt. En.
Pap is oud en bang.
Ik ben… ik ben écht bang.
Hij is niet bang.
Je moet bang zijn en je schamen.
Ik was zo bang dat… Laat maar.
WEEKPROGRAMMA Evening Big Bang is vanaf 15:45 uur.
Wees niet bang, niemand kan je pijn doen.
Ze werden zo bang dat ze de volgende dag vertrokken.
G is bang dat hij gefouilleerd wordt.
Ik weet dat je boos en bang bent.
Je maakt me niet bang, mocoso.
Ja, Ellie, maar ze is bang.
Ben je bang, Miller?
Wees niet bang voor Gabriel en mij. Een pact?
Is Lea bang voor de bevalling?
Beep en Bing, Bang, Boop en Bo.
Omdat mensen bang zijn voor wat ze niet begrijpen.