Voorbeelden van het gebruik van Beweer in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik beweer niet alwetend te zijn.
Ik beweer niets.
Ik kan u verzekeren dat mijn kluis zo goed is als ik beweer.
Beweer je dat al deze… atomische dingen zijn?
Beweer je nou, dat jij het hebt gedaan?
Beweer je dat hij geschikt is voor het leiderschap?
Beweer jij dat ik oud ben?
Wat? Beweer je dat ik niet twee bolletjes waard ben?
Beweer je soms dat jij dat niet bent?
Beweer je dat ik niet eerlijk ben?
Beweer je dat ik niet eerlijk ben?
Beweer je dat je niet altijd liegt tegen mij?
Beweer jij dat het moordwapen een vliegtuig is?
Beweer je dat we dieven zijn?
Beweer je soms dat we altijd op onze hoede moeten zijn?
Beweer je dat jij dat was?
Absoluut.- Beweer je dat?
Beweer dan niet dat het niet zo is!
Beweer alsjeblieft niet dat hij niet lijdt.
Beweer je dat jij een verdachte bent?