Voorbeelden van het gebruik van Het zit in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Het zit in mijn geheugen dat hij nog niet heeft gevonden.
Het zit in mijn aard om bezig te blijven.
Het zit vast in de rotsen.
Het zit in het bloed.
De grote bazen zijn er misschien niet, maar het zit stampvol.
Maar we begrijpen allemaal hoe het zit.
Het zit in een Ziploc.
Het zit niet in je referentiekader.
Het zit in het handschoenenkastje.
Het zit in m'n genen.
Jij weet hoe het zit.
Het zit in mijn laars.
Het zit in m'n rugzak.
Het zit in mijn bloed, zoals bij deze vogel.
Maar je weet hoe het zit.
Het zit aan de verkeerde kant.
Misschien bevalt het me niet, hoe het zit.
Zie je, zij weet hoe het zit.
Het zit dichtbij.
Het zit in het voetbeen.