LEERDEN - vertaling in Spaans

aprendieron
leren
weten
leer hoe
enseñaron
leren
onderwijzen
lesgeven
laten zien
worden onderwezen
om les te geven
tonen
onderrichten
bijbrengen
leer je
enteramos
weten
leren
ontdekken
horen
heb vernomen
erachter komen
ben er achter gekomen
aprendimos
leren
weten
leer hoe
enseñaban
leren
onderwijzen
lesgeven
laten zien
worden onderwezen
om les te geven
tonen
onderrichten
bijbrengen
leer je
aprendían
leren
weten
leer hoe
enseñó
leren
onderwijzen
lesgeven
laten zien
worden onderwezen
om les te geven
tonen
onderrichten
bijbrengen
leer je
aprendió
leren
weten
leer hoe
enseñamos
leren
onderwijzen
lesgeven
laten zien
worden onderwezen
om les te geven
tonen
onderrichten
bijbrengen
leer je
enteraron
weten
leren
ontdekken
horen
heb vernomen
erachter komen
ben er achter gekomen

Voorbeelden van het gebruik van Leerden in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Piper en ik leerden op de moeilijke manier heks te zijn.
Piper y yo tuvimos que aprender brujería por el camino difícil.
Vele klanten leerden daarom met ons en hebben een goede samenwerking met ons.
Muchos clientes por lo tanto aprendidos con nosotros y tienen una buena cooperación con nosotros.
Meer dan 540.000 mensen leerden bij ons een nieuwe taal.
Más de 540.000 personas aprenden un idioma nuevo con nosotros.
Hier leerden we onze vakken.
Aquí aprendemos nuestras habilidades.
De Chinezen waren de eersten die leerden dat er in eendracht kracht schuilt.
Los chinos fueron los primeros en aprender que en la unión estaba la fuerza.
De schoolkinderen leerden daarbij hun aandacht te concentreren.
Los alumnos aprendidos para enfocar su atención a tal efecto.
Ze leerden ons dingen.
Ellos nos enseñan.
Nodig om onze les te leren. Als we goed waren, leerden we onze.
Necesitaba aprender nuestra lección. Si fuéramos buenos, aprendíamos nuestro.
Aangezien de weken door ik werkten hard en leerden een gingen.
Mientras que fueron las semanas cerca trabajé difícilmente y aprendí mucho.
En anderen, waaronder de managers, leerden te luisteren.
Y lograr que los otros, incluso los directivos, aprendan a escuchar.
De paren werkten succesvol samen en leerden de manoeuvres snel zonder training.
Las parejas cooperaron exitosamente, aprendiendo las maniobras rápidamente sin entrenamiento.
Tom wilde dat zijn kinderen Frans leerden.
Tom quería que sus hijos aprendieran francés.
Aan hen werd gevraagd hoe lang ze al Engels leerden en hoe ze dat deden.
Se les preguntó por cuánto tiempo habían aprendido inglés y desde qué edad.
We waren net twee wezen die opnieuw leerden leven.
Éramos dos huérfanos aprendiendo a vivir de nuevo.
Nee- hij wilde dat ze het “van binnenuit” leerden.
Quería que se aprendieran“¡candente, candente, candente!”.
Hij verwijderde de eerste twee leerlingen omdat zij te veel leerden.
Expulso a sus dos primeros estudiantes por aprender demasiado.
Geen idee wat kinderen nog gaan gebruiken van wat ze van de klassiekers leerden.
No sé… cuántos chicos vayan a usar lo que aprendan de los clásicos.
Een oude vorm van seinen. We leerden het als astronautencadets.
Una antigua forma de comunicación, la aprendí cuando estudiaba para astronauta.
Sommige babydino's kropen voordat ze op twee poten leerden lopen.
Algunos bebés dinosaurios se arrastraron antes de aprender a caminar sobre dos piernas.
Na ons samengaan leerden we veel van elkaar.
Pronto estaremos combinados, hemos aprendido mucho el uno del otro.
Uitslagen: 1126, Tijd: 0.0578

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans