Voorbeelden van het gebruik van Bent toch in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je bent toch niet van plan om terug te krabbelen, hé?
Grappig. Je bent toch te mooi.
Je bent toch thuis.
Je bent toch niet geschikt als koningin van de pampa's.
Je bent toch jarig?
Maar jij bent toch Jerry? Gruwelijk. Sexy.
Jij bent toch niet zo'n verwend militairtje, hè?
Je bent toch niet boos?
En jij bent toch hier.
Je bent toch maar een sterveling.
Je bent toch niet iets stoms van plan, hè?
Je bent toch niet klaar voor een relatie.
Je bent toch de hele tijd weg.
Je bent toch niet.
Jij bent toch Stan Marsh?
Jij bent toch geen flik?
Je bent toch al op.
Maar je bent toch met haar verbonden, en je hebt haar in je verbeelding.
Je bent toch niet bang voor ze?
U bent toch geen suffragette?