Voorbeelden van het gebruik van Moet vast in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij moet vast langer werken.
Je moet vast ergens heen.
Ze moet vast echt vroeg op.
Je moet vast gaan honkballen
Ik moet vast de hele avond inpakken.
Dat moet vast.
Ik moet vast ongesteld worden.
Ze moet vast verschoond worden.
Je moet vast geloven- de toename zal zijn!
Ik moet vast kiezen tussen de stad en m'n vrouw.
Mam moet vast naar de wc.
Je moet vast Dans artikelen opzoeken.
Je moet vast je spullen.
Je arm moet vast pijn doen.
Ze moet vast even bijkomen.
Mam moet vast naar de wc.
Je moet vast medicijnen meenemen.
Ik moet vast poseren met het moordwapen.
U moet vast naar uw kinderen?
Proficiat. Je moet vast rustig aan doen,