Voorbeelden van het gebruik van Ook weer in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hoe heet die vent ook weer, die we moeten afmaken?
Wat moest ik toen ook weer doen?
Ik moet veel uitgeven maar ook weer niet te veel.
Hoe was je naam ook weer?
De titel is ook weer lang.
Wie is Finlay ook weer?
Hoe heette hij ook weer.
Maar meestal verdwijn je ook weer opeens.
Drie? Zoveel ook weer niet?
Gefeliciteerd. Wanneer is de bruiloft ook weer?- Ja.
Hoe heette u ook weer?
Wat verkoop je ook weer?
Het is cool, maar ook weer niet.
Hoe zei je dat je naam ook weer was, knapperd?
Fiona… Hoe oud zijn ze ook weer?
En dat verandert ook weer.
Zo weinig heb je nou ook weer niet.
Hoe oud was je ook weer?
Bedankt. Wat was je naam ook weer?
Waarom doe je dit allemaal ook weer?