Voorbeelden van het gebruik van Zal in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zal ik u helpen met uw eten?
Ik zal het zelf maken.
Ik zal het proberen, maar je zult het niet begrijpen.
Zal ik hem voor je vermoorden?
Ik zal je redden!
Hij zal naar het buitenland gaan.
Tante Agatha, ik zal eerlijk tegen je zijn.
En ik zal hem niet meer zien.
Zal ik voor u een taxi bellen?
Zal ik hem in elkaar gaan slaan?
Dat zal ik u zeggen. Waarheen?
Het zal je niet bevallen.
En zelfs het leger zal ze niet redden!
Zal ik blijven en met Mrs Merrill praten?
Ik zal over het evenement nadenken.
Eerst zal ik Brenda en Marc Fasteau voorstellen.
Ik zal je leren om op de sabbat te fluiten!
Zal ik koffie voor u halen?
Dank je.- Zal ik ze naar boven brengen?
Hij zal naar bekend terrein willen.