Voorbeelden van het gebruik van Zeg toch in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zeg toch 's iets anders.
Lk zeg toch, ik ben hier voor jou.
Gaat het? Zeg toch iets!
Ik zeg toch, Phil, we hebben je bord niet gestolen.
Zeg toch iets!
Ik zeg toch, je bent op een veilige plek.
Zeg toch iets!
Ik zeg toch dat we heus wel betalen?
Zeg toch dat je gay bent.
Ik zeg toch dat ze alleen de weg vroegen.
Ik zeg toch dat ik ga!
Ik zeg toch dat ik naar je toe kom?
Zeg toch iets.
Ik zeg toch als je een man leuk vindt
Man, pap, zeg toch ook iets.
Mammie, ik zeg toch, ik zal het voor je doen.
Niet huilen. Zeg toch iets!
Zeg toch eens waar het om gaat!
Nee, maar hij… Zeg toch iets!
Zeg toch iets.