Voorbeelden van het gebruik van Vertellen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Je moet me vertellen wat ik in bed met Norma moet doen.
Als jullie het de politie vertellen, wil ik dat jullie dit zeggen.
Je moet me vertellen dat Delphine leeft.
Wij vertellen u alles wat u wilt weten over Tenerife.
We vertellen zeer overtuigende verhalen,
Wilt u mijn ouders vertellen dat ik van ze houd?
Jullie vertellen de rechter dat ik geholpen heb?
Je moet hem vertellen dat ik niets met die mannen heb gedaan.
Je zult je leerlingen moeten vertellen dat je hond hun huiswerk heeft opgegeten?
Kun je hem vertellen dat ik van hem hou en hem vergeef?
Je moet me vertellen wat je lievelingseten is.
Ik kan je niet vertellen hoe lang ik hier al naar uitkijk!
Je moet me alles vertellen wat je over hem weet.
De verhalen die we vertellen over elkaar zijn erg belangrijk.
Straks ga je me nog vertellen dat de kersman niet bestaat.
Wil je God vertellen dat jij broeders vermoordde?
T's moeilijk te zeggen, je kan het me ook morgen vertellen.
Je wilt me niet vertellen waar.
Vraag het me aardig en ik zal het je misschien vertellen, dwerg.
Als u dat niet weet, prins, ik moet het u niet vertellen.