Voorbeelden van het gebruik van Dat hoort in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dat hoort bij m'n baan als minister van Defensie.
Doch helaas, er is geen oor dat hoort en geen hart dat verstaat.
Ikea en Saab, dat hoort bij elkaar.
Ikea en Saab, dat hoort bij elkaar.
Dat hoort bij weerwolven.
Dat hoort bij het huis.
Dat hoort bij het werk.
Dat hoort bij 't plan. We werken onderweg aan 't wapen.
Dat hoort bij de rang.
Dat hoort bij het raadsel.
Dat hoort bij een ander verhaal, of niet?
Dat hoort mijn gezicht te zijn.
Dat hoort bij het spel.
En dat hoort niet te gebeuren.
Dat hoort erbij.
Dat hoort bij de verrassing.
Dat hoort immers niet.
Dat hoort bij de baan.
Dat hoort bij de service.
Dat hoort bij mijn oorlog.