Voorbeelden van het gebruik van Zeiden in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Wat zeiden jullie tegen elkaar?
Jullie zeiden niet eens hallo, of zoiets?
Dus toen we nee zeiden tegen Derek, zocht hij het hogerop.
We zeiden dat we niet wisten waar je was, maar.
Wij zeiden je ons te vertrouwen.
Ik en Kalifa zeiden oké.
Jij en mam zeiden al.
Zoals mijn Italiaanse voorouders zeiden.
Nee, nee, we zeiden vlees broodje.
Ja, we… we zeiden.
Wat zeiden de Spanjaarden tegen cipressen?
Jouw mensen zeiden tegen mijn mensen dat deze vergadering daarover ging.
De dokters zeiden dat er een dag komt dat.
Mijn spionnen zeiden dat de rovers de stad binnenkwamen in 40 grote vazen.
We gingen terug en zeiden maar dat we getrouwd waren.
Maar de mensen zeiden dat 't logisch was,
Mijn vrienden bij de politie zeiden dat Ballard in de buurt kwam.
Medewerkers van de burgemeester zeiden dat ze bezorgd zijn.
Ze zeiden dat ze hier misschien zou zijn.
Zeiden ze dat ik 'n gezin had?